Boekbesprekingen



Atlas der Messier-Objekte
Ronald Stoyan (met medewerking van Stefan Binnewies, Susanne Friedrich)
(ISBN 3-938469-0)




Een tijdje geleden kon ik in het kader van het Deep-Sky-Treffen, de jaarlijke bijeenkomst van de Duitse Fachgruppe Deep-Sky (Vereinigung der Sternfreunde, kortweg VdS), kennis maken met Ronald Stoyan. Ronald Stoyan is in Duitsland verre van een onbekende: Niet alleen was en is hij een uitzonderlijk visueel deepsky waarnemer maar realiseerde hij de laatste 10 jaren verschillende publicitaire ambities waaronder het tijdschrift Interstellarum en een eigen uitgeverij onder de naam Oculum-Verlag.

Tijdens ons gesprek overhandigde hij mij zijn meest recente uitgave, een boek met als titel ‘Atlas der Messier-Objekte’, een uitermate lijvig en luxueus uitgevoerd werk over de Messier Catalogs dat perfect als ’coffee table book’ kan omschreven worden: een ruim formaat van 26cm op 31cm met grote paginavullende illustraties op 368 pagina’s glanspapier.

Voor de liefhebbers van een uitstekend geïllustreerd boek is deze uitgave een echt pareltje: Maar liefst 211 schitterende en recente astrofotos van een select internationaal gezelschap van ervaren astrofotografen zoals Phillip Keller en Robert Gendler ondersteunen de begeleidende tekst. Daarnaast werden 109 tekeningen toegevoegd waarvan er een 50 tal gedurende de laatste 2 jaren tijdens verschillende astroreizen door Ronald werden gerealiseerd. Deze schetsen zijn van een uitstekende kwaliteit en zijn voor de auteur een persoonlijk eerbetoon aan de beroemde waarnemers van de 18e en 19e eeuw. Kortom: Alleen al de illustraties verantwoorden de aanschaf van het werk.

Het resultaat van de 5 jaren werk ter voorbereiding op de publicatie van dit werk is samen te vatten als ‘diepgaand’. Ronald beschrijft in het eerste deel gedetailleerd en in een bijna documentaristische stijl het leven van Charles Messier. Op een 10tal bladzijden vernemen we de achtergrond van de jonge Charles, hoe hij assistent werd van Joseph-Nicolas Delisle en zijn astronomische carrière vorm krijgt, hoe hij uiteindelijk de grote kometenontdekker van tijd wordt en hoe zijn catalogus uiteindelijk vorm krijgt. In dit biografische stuk worden geen details gespaard en de auteur slaagt er zéér goed in om een realistisch en levendig beeld te schetsen van Messier. Ook de tijdsgenoten van Messier komen in aparte kaderstukjes uitgebreid aan bod: Nicholas-Louis de Lacaille, Johann Elert Bode en Pierre Méchain.

Als kometenwaarnemer had Charles Messier geen boodschap aan de nevelige objecten die niet aan de sterrenhemel bewogen, zij betekenden voor hem een potentiële bron van vergissingen. Het is in het 2e luik dat de auteur in een historische en chronologische context de motivatie van Messier beschrijft die aan de basis ligt van zijn uiteindelijke catalogus. Uitermate boeiend zijn de kaderstukjes die de waarnemers beschrijven die in de periode voor Messier zich toelegden op het observeren van deze ‘nebulae: De catalogi van Hevelius, de Chéseaux, Lacaille en Bode zijn compleet opgenomen en worden met de nodige historische feiten aangevuld. Ook de deepsky waarnemers van de 19e eeuw komen uitgebreid aan bod, zij gebruikten immers de Messier Catalogus als basis voor hun uitgebreide visuele surveys die zij voor de opkomst van de astrofotografie uitvoerden met als uiteindelijk resultaat de publicatie van de New General Catalogue (1888).

Duits is niet meteen een taal die we courant gebruiken en het vraagt van de lezer toch een zekere inspanning om de ruim aangeboden literatuur te doorworstelen. Vooral in het 3e hoofdstuk waarin de auteur een letterlijke vertaling voorlegt van de oorspronkelijke Catalogus van Messier is dit even zwoegen. De laatste pagina’s van dit deel gaan dieper in op het instrumentarium dat Messier ter beschikking had en waarbij de auteur opnieuw zéér degelijk studiewerk voorlegt en naar mijn persoonlijk aanvoelen vrij unieke informatie wist te verzamelen.

Na een hoofdstuk waarin de Catalogus tegen een historische context bekeken wordt, gaat de auteur verder met het in detail bekijken welke groepen van objecttypes in de Messier Catalogus aan bod komen. De verschillende types objecten worden summier beschreven tegen een astrofysische achtergrond en dit luik is een voorproefje van wat verder in het boek de hoofdbrok zal uitmaken. Enkele pagina’s met opmerkelijke weetjes zoals ‘Welk Messier Object staat het meest zuidelijk?’ en een korte uitwijding over de ‘Messier Marathon’ sluiten het inleidende deel af.

Het hoofddoel van Ronald Stoyan voor de deze publicatie was het bundelen van historisch en actuele informatie rond de objecten in de Messier Catalogus en die informatie wordt als een systematisch drieluik per object aan de lezer gepresenteerd. Als eerste luik wordt de historisch-observationele informatie op een volledige en prachtig geïllustreerde manier beschreven. Historische waarnemingen worden aangevuld met nooit gepubliceerde scans van originele schetsen. Het is een echt genoegen om het levenswerk van oa John Herschel, Lord Rosse en William Lassell te kunnen bestuderen. Daarnaast voegde de auteur de meest recente astrofysische informatie toe: Hij bestudeerde en condenseerde 500 wetenschappelijke artikels betreffende de Messier Catalogus en brengt ze op een toegankelijke manier als een tweede luik naar voor. Dit boek heeft ook als doelstelling de visuele waarnemer te begeleiden met de nodige observationele informatie en in een 3e luik zijn observaties opgenomen met zowel klein als groter instrumentarium. Bovendien presenteert Ronald voor een 50tal objecten uit eigen werk: zéér realistische en gedetailleerde schetsen die voor de schetsende waarnemer als uitstekend vergelijkend materiaal kunnen dienen. De historische, astrofysische en observationele informatie wordt heel mooi ondersteund door schitterende astrofotografische resultaten. De opnames worden vanuit een observationeel standpunt bijgevoegd en worden in de meeste gevallen aangevuld met nuttige informatie zoals de locatie van dubbelsterren, magnitudes en ‘buurtobjecten’. Zo is bijvoorbeeld de opname van Messier 31voorzien van de nodige markers om de bolhopen te kunnen lokaliseren, hetzij visueel, hetzij op eigen astrofotografisch werk.

Dit boek is in alle opzichten een standaardwerk geworden. Het historische opzoekwerk is o.a. dankzij de hulp van Wolfgang Steinicke, bekend van het geschiedkundige werk rond de NGC/IC Catalogus en Hartmut Frommert, die uitgebreid historisch werk verrichtte rond Messier (zie www.seds.org/messier), zonder meer opmerkelijk te noemen. De astrofysische informatie is actueel en weerspiegelt het resultaat van 5 jaar literatuuronderzoek en wordt op een mooie manier ondersteunt door uniek astrofotografisch werk en realistische schetsen. Dit is een boek dat iedereen zal bevallen en verwonderen, van de lezende tot de praktische amateur, iedereen zal zich op zijn eigen manier aangesproken voelen door de onsterfelijke erfenis van Charles Messier, een erfenis die door Ronald Stoyan dankzij dit boek opnieuw het nodige eerbetoon krijgt.